28 | Vermenigvuldigen van een breuk en een heel getal

Les 27 van een volledige cursus over het rekenen met breuken.Vermenigvuldigen van een breuk en een heel getal.
De les bevat naast uitleg ook materiaal voor het oefenen en toetsen.
Deze les is met name geschikt voor groep 5 van de basisschool maar natuurlijk ook voor leerlingen van pabo, havo, vwo, vmbo enz.

Vermenigvuldigen van een breuk en een heel getal

Korte samenvatting van de uitleg in de video.
 
Als je heel getal wilt vermenigvuldigen met een breuk, dan kun je dat hele getal vermenigvuldigen met de teller van die breuk.
Dit komt omdat je een getal ook als breuk kunt opschrijven. Het is gelijk aan dat hele getal gedeeld door één. Dus 7 = 7/1.
Je kunt dan weer teller maal teller gedeeld door noemer maal noemer toepassen.

Oefenen met het vermenigvuldigen van een breuk en een heel getal.

Je ziet steeds een heel getal en een breuk die met elkaar vermenigvuldigd moeten worden.
Een heel getal kun de schrijven als een breuk met noemer één.
Je kunt daarna de tellers met elkaar vermenigvuldigen en de noemers met elkaar vermenigvuldigen (‘teller maal teller gedeeld door noemer maal noemer’).
Daarna nog kijken of je het antwoord kunt vereenvoudigen.
Er wordt een nieuw window geopend voor deze oefening.

Oefening of toets bij ‘Vermenigvuldigen van een breuk en een heel getal’

Hier kun je een oefenen met sommetjes die horen bij de uitleg.
Het is belangrijk om bij een breuk meteen te zien of hij eenvoudiger kan worden opgeschreven. Het is daarom goed om even te kijken of je de sommetjes van dit oefenvel snel en goed kunt maken voordat je door gaat naar de volgende les.

Get Adobe Flash player