15 | Een breuk vereenvoudigen

Les 15 van een volledige cursus over het rekenen met breuken. Een breuk vereenvoudigen.
De les bevat naast uitleg ook materiaal voor het oefenen en toetsen.
Deze les is met name geschikt voor de basisschool maar natuurlijk ook voor leerlingen van pabo, havo, vwo, vmbo enz.

Hieronder een korte samenvatting van de uitleg van de theorie in de video.
 
Als de teller groter is dan de noemer, maak je de deelsom met rest. Je krijgt dan een ‘gemengde breuk’. Het antwoord is dan groter of gelijk aan één en dit kun je nu in één oogopslag aan de (gemengde) breuk zien. De gemengde breuk 3 2/9 is een getal tussen de drie en de vier.
Bij de gewone breuk kijk je of je de teller en de noemer van de breuk allebei door een en hetzelfde hele getal kunt delen.
Je kunt dit eventueel in meerder stapjes doen. Bijvoorbeeld:
50/100 = 5/10 = 1/2

Oefenen met het vereenvoudigen van een breuk.

Je ziet steeds een breuk die eenvoudiger kan worden opgeschreven.

  1. Kijk eerst of de teller groter is dan de noemer.
    In dat geval kun je eerst de deelsom maken want het antwoord is dan groter dan één.
  2. Kijk vervolgend of je de teller en de noemer van de breuk door een gemeenschappelijke factor kunt delen.

Er wordt een nieuw window geopend voor deze oefening.

Oefening of toets bij ‘Een breuk vereenvoudigen’

Hier kun je een oefenen met sommetjes die horen bij de uitleg.
Het is belangrijk om bij een breuk meteen te zien of hij eenvoudiger kan worden opgeschreven. Anders zie je niet meteen hoe groot die breuk ongeveer is en kun je moeilijk zien of de breuk even groot is als een andere breuk.
Het is daarom goed om even te kijken of je de sommetjes van dit oefenvel snel en goed kunt maken voordat je door gaat naar de volgende les.

Get Adobe Flash player